Schriftgedeelte Toelichting Extra bestand
Hebreeën 10:1-18 21 mei 2017 - Hebreeën 10: 1- 18 en Psalm 40

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Inleiding

In het afgelopen seizoen van YouthRebELz!

- dat is de jongerengroep binnen onze gemeente

waarin de catechese wordt gedaan -

hebben we het steeds gehad over

de kerkdienst.

Iedere avond dat we samen waren

stond er steeds een onderdeel van de kerkdienst centraal.

En één van de onderwerpen die we zo behandeld hebben

was het onderwerp:

De collecte.

Op die avond was Marcel degene die de leiding had.

Hij had de avond ook inhoudelijk voorbereid.

En één van de vragen die hij aan de jongeren stelde,

heeft ook mijn ogen geopend voor een aspect van de collecte

dat ik eerder zo nog nooit zo bewust in het oog heb gehad.

De vraag die Marcel stelde,

was namelijk deze:

Waarom is de collecte

een onderdeel van de liturgie?

Met andere woorden:

Wat is er wezenlijk aan de collecte

dat we het als onderdeel van de liturgie niet kunnen missen?

En in het beantwoorden van deze vraag

wees Marcel op het offerkarakter van de collecte.

Al in de eredienst in het oude Israel werden er offer gebracht.

Mensen brachten hun gaven mee naar het heiligdom

om ze daar als offer aan te bieden.

En wij als christenen geloven dat al die offers uit het oude testament

vervuld zijn in het éne offer van Jezus Christus,

toen Hij zijn leven gaf

aan het kruis op Golgotha.

Zo te offeren

dat hoeft in een christelijke kerkdienst dus niet meer.

En toch hebben ook wij in onze kerkdiensten

nog een moment

waarop wij iets offeren.

_2 Preek 356, 21 mei 2017

Maar ons offer

zal altijd in het licht moeten staan

van het offer van Christus.



En dat is het eerste

wat ik vanmorgen wil onderstrepen

als het gaat over de collecte in de kerkdienst.

Die collecte legt allereerst een lijn uit,

niet naar de bankrekening van de kerk,

of naar die van een goed doel,

maar het legt allereerst een verbinding

naar het offer van Christus.

De collecte is een element in de kerkdienst

dat,

net als de andere onderdelen van de dienst,

ons leven wil verbinden

met het leven in overgave

van Jezus Christus, onze Heer.

Benedictus

Dat is het eerste dus:

Nadenken over de betekenis van de collecte in de kerkdienst,

brengt ons tot nadenken over de betekenis van de offerdienst in het oude testament

en over de vervulling daarvan in het offer van Jezus.

Dat gaf Marcel dus mee aan onze jongeren op die YouthRebELz!-avond.

En ik nam dat ook mee,

en ik had dat bij me

toen ik

in de voorbereiding voor de dienst van Goede Vrijdag

zat te lezen in het boek van paus Benedictus,

de vorige paus,

over Jezus.

In dat boek stelt hij in een hoofdstuk over verzoening

de vraag hoe de christelijke kerk nu tot de overtuiging is gekomen

dat het sterven van Christus aan het kruis

een offer tot verzoening van onze zonden is.

En terwijl ik zat te lezen wat hij daarover schrijft,

koppelde dat zich

aan wat Marcel naar voren had gebracht

over de collecte als offer.

_3 Preek 356, 21 mei 2017

En daarom wil ik vanmorgen graag iets naar voren brengen

van wat Benedictus schrijft over het offer van Jezus

en dat in verband brengen

met wat de roep is

van de collecte in de christelijke kerkdienst.

Want wat is die roep?

Je geld

of je leven?

Dierenoffers

Benedictus stelt dus de vraag:

Hoe is de christelijke kerk nu tot de overtuiging gekomen

dat de dood van Christus aan het kruis

een offer voor onze zonden is?

En hij begint dan met een heel eenvoudige constatering.

En dat is deze constatering namelijk

dat vanaf het begin van de christelijke kerk

er van het brengen van dieroffers

geen sprake is.

Daarmee is over de betekenis van de dood van Christus nog niets gezegd,

maar duidelijk is wel

dat het offeren van dieren

in het christelijke geloof

niet aan de orde is.



Nou,

dat is zondermeer een verschil

met de eredienst van het oude Israel

waarbinnen het offeren van dieren een prominente plaats in nam.

Toch is het nog maar de vraag

of hier wel van een heel grote breuk met de godsdienst van Israel sprake is.

Benedictus wijst erop

dat ook in de godsdienst van Israel

er inmiddels al heel veel kritiek is

op het offeren van dieren.

Die kritiek klinkt ook vanuit het oude testament.

We horen die kritiek bij de profeten en in de psalmen.

Jesaja bijvoorbeeld

schrijft direct al in in zijn eerste hoofdstuk:

_4 Preek 356, 21 mei 2017

“Wat moet ik met al jullie offers? - zegt de Heer.

Ik heb genoeg van die schapen, die vetgemeste kalveren;

het bloed van stieren, rammen en bokken wil Ik niet meer.

Was je, reinig je,

maak een eind aan je misdaden.

Vermijd alle kwaad en leer goed te doen.

Dit is dus kritiek uit de mond van de Heer

op een offerdienst

waarbij er geen gehoorzaamheid is aan Gods gebod.

Zo klinkt dat ook in Psalm 50:

Ik klaag je niet aan om je offers,

nooit dooft voor Mij het offervuur.

Maar de stier uit je stal heb ik niet nodig,

noch de bokken uit je kooien.

Ik klaag je aan om je wandaden.

Je haat het als ik je terecht wijs,

mijn woorden schuif je aan de kant.

En in deze woorden klinkt de toon van Gods verontwaardiging

over zijn volk dat wel keurig de voorgeschreven offers wil brengen

maar niet de gerechtigheid van God wil volbrengen.

Maar hetzelfde geluid komt ook in een andere setting naar voren.

Dat is in Psalm 51.

Dat is de bekende boetepsalm van David

na zijn zonde met Bathseba, de vrouw van Uria.

David zegt dan:

U wilt van mij geen offerdieren.

In brandoffers schept U geen behagen.

Het offer voor God is een gebroken geest;

een gebroken en verbrijzeld hart

zult U, God, niet verachten.

En in deze woorden

klinkt een besef door

dat in het oude Israel is gegroeid,

dat het in ons offer aan God

om onszelf zal moeten gaan.

Dat het om onze gehoorzaamheid zal moeten gaan.

_5 Preek 356, 21 mei 2017

En dat al het bloed van schapen, bokken en stieren

niet zal kunnen wegwassen

wat wij verkeerd doen.

Als wij niet gehoorzaam willen zijn

zal een dierenoffer daaraan niets kunnen veranderen.

En vandaar dat in het latere Jodendom zoals we dat kennen uit de tijd van Jezus

er vooral een heel grote nadruk werd gelegd

op het onderhouden van de wet.

Want als het offer van een dier

je niet van zonde kan bevrijden,

dan ligt je redding erin

dat je geen zonde doet!

Hebreeën

Nou, dat gegeven,

dat het bloed van stieren en bokken

mensen onmogelijk van hun zonden kan bevrijden,

dat is ook helemaal het uitgangspunt van het gedeelte dat we vanmorgen gelezen hebben

uit de brief aan de Hebreeën.

En vanuit die gedachte van de ontoereikendheid van dierenoffers

wordt in dit gedeelte het offer van Jezus voor onze zonden naar voren gebracht.

En heel centraal in dit gedeelte is dan een citaat uit Psalm 40.

En die psalm 40 is ook weer zo’n getuige vanuit het oude testament

van de ontoereikendheid van het offeren van dieren.

Offers en gaven hebt U niet verlangd.

Brand- en reinigingsoffers behaagden U niet.

De schrijver van de Hebrheenbrief sluit hier

met dit citaat uit psalm 40 dus aan bij een oudtestamentische gedachte over de

ontoereikendheid van dierenoffers.

Het sluit erbij aan

en tegelijk gaat Hebreeën er een andere weg mee.

En dat andere,

dat wordt zichtbaar als we het citaat van de psalm hier in Hebreeën 10

vergelijken met de weergave van psalm 40 zoals we die vinden in het psalmboek.

In het psalmboek lezen we in psalm 40 namelijk dit:

“Offers en gaven verlangt U niet,

brand- en reinigingsoffers vraagt U niet.

Nee, U hebt mijn oren voor U geopend.”

_6 Preek 356, 21 mei 2017

En het gaat nu even over die laatste zin

- U hebt mijn oren voor U geopend -

Zo staat het in de oorspronkelijke Hebreeuwse versie van de psalm.

En dit past helemaal bij die intern Joodse verschuiving

die meer en meer ging zien dat bloed van bokken geen mensen zonder zonden kon

voortbrengen

en daarom steeds meer nadruk ging leggen op een leven van gehoorzaamheid aan Gods

wet.

- U hebt mijn oren voor U geopend -

Maar als we nu naar het citaat van deze psalm in de Hebreeënbrief kijken,

dan lezen we daar opeens iets anders.

Daar gaat het niet over een geopend oor,

maar daar lezen we:

U hebt Mij een lichaam gegeven.

Belichaming van Gods wil

Dat verschil dus:

U hebt mijn oren voor U geopend

of

U hebt Mij een lichaam gegeven.

Wat valt daar nu van te denken?



Het verschil verwijst in ieder geval naar Jezus.

Die oude psalm 40 legde alle nadruk op gehoorzaamheid aan Gods wet

- U hebt mijn oor geopend -

Maar dat was een nadruk op gehoorzaamheid

die uiteindelijk in de versie van schriftgeleerden en farizeeërs

inmiddels ook al lang en breed zijn ontoereikendheid had bewezen

als het erom ging mensen naar Gods hart voort te brengen.

Ook tot de mensen die zoveel nadruk legden op de onderhouding van de wet

had Jezus alweer moeten zeggen:

Barmhartigheid heb Ik gevraagd,

geen offerranden.

Jullie wetsbetrachting

is wetsverkrachting!

_7 Preek 356, 21 mei 2017

En daarom wijst Hebreeën met dat gewijzigde citaat van psalm 40

naar een werkelijkheid die verder gaat wat in onze gehoorzaamheid aan Gods wet

mogelijk is.

Hebreeën betrekt deze woorden direct op Christus.

Christus zegt

- zo wordt het citaat hier ingeleid -

bij zijn komst in de wereld:

Offers en gaven hebt U niet verlangd,

maar U hebt Mij een lichaam gegeven.

Want bij Christus gaat het gehoorzamen aan Gods wil veel verder

dan dat Hij gehoorzaam is aan de geschreven wet.

Nee, Christus is de belichaming van alles wat God van mensen verwacht.

Volledig

vanuit het diepst van zijn wezen,

in iedere vezel van zijn lichaam,

is Hij de vervulling van Gods wet.

Is Hij de vervulling van Gods liefde.

Hij is de enige

die op de roep van God

met recht kan zeggen:

Hier ben Ik.

Ik ben gekomen om uw wil te doen.

Hineni

En juist daarin

- in dat Hij zegt: Hier ben Ik -

neemt Hij onze plek in

en vervult Hij ook onze plek.

Want als God ons roept

- Mens, waar ben je?! -

dan is het enige dat ons echt mensen maakt

dat wij dan kunnen zeggen:

Hier ben ik.

Tot uw dienst.

Maar wij kunnen alleen met gebrek komen

en met hooguit een goedmakertje,

een offergave.

Maar God verlangt meer van ons

dan een offergave.

_8 Preek 356, 21 mei 2017

Hij vraagt ons hart!

Zo was ook heel die offerdienst van het oude testament

al een roeping aan ons

om voorbij ieder offer van een dier

onszelf volledig aan God toe te wijden.

Zo roept ook iedere wet van God

ons voorbij de wetsbetrachting

tot een volledige toewijding aan God.

En die vervulling heeft Christus gebracht.

Zijn “Hier ben Ik’

was volledig,

ongedeeld.

Zijn liefde tot Gods wil

ging tot in de dood.

En in zijn dood en opstanding

brengt Hij ons binnen in deze volheid van liefde tot God en zijn wil.

Zijn Geest wil ook in ons leven

de belichaming van Gods wil tot stand brengen.

Het bloed van Christus is het bloed van het Nieuwe Verbond.

En de belofte van dat Nieuwe Verbond

is dat God zijn wet

in ons hart schrijft.

Dat ook wij

vanuit ons diepste wezen

dat door Gods Geest is aangeraakt

Gods wil vervullen.

En dat God aan onze zonden niet meer denkt.

Wij een offer

En de roep aan ons blijft dus:

Mens,

waar ben je?

En

In Christus

kunnen ook wij nu zeggen:

Hier ben Ik.

Ik ben gekomen, God,

om uw wil te doen.

_9 Preek 356, 21 mei 2017

En dat is dan ook de roep van de collecte in de kerkdienst.

De collecte roept om ons leven.

En de weg is vrij voor ons

om ons leven te geven,

om het toe te wijden aan Gods wil.

Die weg is vrij

in de vergeving van onze zonden,

in de vervulling van Gods wil in Christus

en in de kracht van Gods Geest in ons.

Amen
preek-356.pdf

Kerkdiensten

18 nov 2018 10:00 - 11:30
Kerkdienst
voorganger ds. M. de Jong uit Geldrop
ovd Janke Luigjes
collectes Kerstcollecte
knd Groep 1 t/m 8
crèche Ja

Contact

NGK Culemborg
Jodenkerkstraat 5
4101 CW Culemborg

Voorzitter KR:
Piet v/d Fliert
voorzitter@ngkculemborg.nl
© 2018 NGK Culemborg