Schriftgedeelte Toelichting Extra bestand
Matteüs 10:34-42 2 juli 2017 - Mattheus 10: 34 - 42

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Inleiding

We hebben vanmorgen opnieuw gelezen uit Mattheus 10.

De vorige keer dat ik hier stond

- twee weken geleden -

deden we dat ook.

Toen het begin van dit hoofdstuk,

nu het laatste gedeelte ervan.

De vorige keer zei ik

dat we dit stuk lazen

met het oog op de vraag

wat nu onze rol mag zijn

in het Evangelie van Jezus Christus.

Van kerst tot pinksteren hebben we ons oog gericht

vooral op de rol van Jezus Christus in dat Evangelie,

- wat Hij doet en gedaan heeft -

maar als we met Pinksteren vieren

dat de kerk met gaven van de Geest wordt toegerust

om zelf een actieve rol in dat Evangelie te spelen,

dan is het goed om onszelf de vraag te stellen

wat die rol dan mag zijn.

De vorige keer kwam ik

met het oog op die rol die wij in het Evangelie mogen spelen

tot zes punten.

Die ga ik nu niet herhalen,

maar het laatste punt waar ik toen op uit kwam,

dat pak ik hier nog wel even op.

Het laatste punt dat ik de vorige keer noemde,

was dit:

Onze inzet voor het Evangelie

is voor wie het waard is.

Onze eigen waardigheid

moet daarin veilig zijn.

We hoeven ons

in onze inzet voor het Evangelie

niet zomaar uit te leveren

aan iedereen die op ons pad komt,

aan iedereen die een beroep op ons doet.

We mogen onszelf gewoon de vraag stellen:

_2 Preek 359, 2 juli 2017

Is hij of zij het waard

dat ik me voor hem om haar beschikbaar stel?

Vol te houden?

Nou, ik vond dat voor mezelf in ieder geval een geruststellende gedachte

- en geruststellende gedachten geef ik graag aan jullie door -



… Het Evangelie vraagt niet het uiterste van ons!



Een geruststellende gedachte dus,

de vorige keer,

alleen



is deze gedachte wel overeind te houden

bij wat we vanmorgen gelezen hebben?

Want,

in wat we vanmorgen lezen

zit toch op het eerste gezicht

niet veel dat geruststelt?!

Denk niet dat ik gekomen ben

om vrede op aarde te brengen.

Ik ben niet gekomen om vrede te brengen,

maar het zwaard.

Geen vrede dus,

maar strijd.

Dat is bepaald geen geruststellende boodschap.

En het wordt al helemaal beangstigend

als je ziet waar Jezus die strijd tekent.

Ik kom een wig drijven

tussen een zoon en zijn vader,

een dochter en haar moeder.

Huisgenoten worden elkaars vijanden.

Dit is echt het einde van alle rust.

En daarbovenop zet Jezus de boel nog eens stevig op scherp

door de hoogste liefde

voor zichzelf te eisen:

Wie vader of moeder liefheeft boven Mij

is Mij niet waardig.

_3 Preek 359, 2 juli 2017

Wie zoon of dichter liefheeft boven Mij

is Mij niet waardig.



Nee,

wie hier nog een geruststellende boodschap van wil maken

die zal deze woorden van Jezus

geweld aan moeten doen.

Welke schok?

Nee,

deze woorden van Jezus zijn schokkend.

Zonder meer!

Maar,

welke schok brengen ze nu eigenlijk?

Want dat is wel goed

om daar even over na te denken.

Want onze traditie

- ook onze christelijke traditie -

is zo gevuld met allerlei schrikwekkende apocalyptische beelden

dat het wel even goed is

om onszelf af te vragen

met welke beelden

wij deze woorden van Jezus vullen.

Wat roept dit in ons op?



Nou, ik noemde net al

het beeld van een eisende god.

Jezus vraagt van ons meer liefde voor Hem

dan voor vader, moeder, zoon of dochter.

Wie dat niet kan opbrengen

ligt er uit bij Hem.

Wat voor een conflicten hebben christelijke ouders hierin niet ervaren,

wanneer ze hun kinderen niet zagen gaan in de wegen van het geloof.

In moslimkringen kennen we het fenomeen van eerwraak

wanneer een kind de ouders te schande maakt

door keuzes die niet bij het geloof passen.

_4 Preek 359, 2 juli 2017

Dat kennen we op die manier niet in christelijke kring

- tenminste niet voor zover mij bekend is -

maar hoeveel ouders hebben niet evengoed hun kinderen de deur gewezen,

omdat het niet ging in de wegen van het geloof.

Als je dit doet kom je er hier niet meer in!

En hoeveel van zulke ouders

zouden niet gedacht hebben

dat ze hiermee de consequentie droegen van dit woord van Jezus:

Wie zoon of dochter liefheeft boven Mij

is Mij niet waardig?

Context

Ja,

met wat voor beelden vullen we deze woorden van Jezus

en is dat wel terecht?

De woorden van Jezus hier

zijn echt wel schokkend,

maar schrikken we wel op de goede manier?

Wat is hier nu eigenlijk de schok?



Om die schok goed in het oog te krijgen

is het goed om nog even heel goed in herinnering te nemen

wat hier de situatie is.

Jezus gaat in Israel alle steden en dorpen langs

om het Evangelie van Gods koninkrijk te brengen.

Dat is een heilbrengend werk

dat voortkomt uit zijn ontferming met de mensen.

En Jezus schakelt zijn leerlingen daarbij in

om precies datzelfde heilbrengende werk te gaan doen.

Hij geeft ze daarbij de macht

om onreine geesten uit te drijven,

zieken te genezen,

doden op te wekken.

Dat is dus alleen maar goed nieuws, zou je denken.

Twaalf mannen die alle dorpen en steden van het land afgaan

om mensen te bevrijden,

zieken te genezen

en doden op te wekken.

_5 Preek 359, 2 juli 2017

Stel je voor dat één van hen zich hier in Culemborg meldt.

Mensen, breng alle zieken, bezetenen en doden maar hier

en ik maak alles goed.

Die man is toch direct de vriend van iedereen?!



Nou,

niet dus!

En dat is de schok die Jezus hier brengt.

Zijn goede nieuws van het Koninkrijk

- en dat is alleen maar goed nieuws -

zal toch kwaad bloed zetten in deze wereld.

Wie met het Evangelie op weg gaat

- en dan niet een evangelie dat bolstaat van zogenaamd christelijke moraal,

maar het evangelie dat echt wortelt in ontferming -

zal daarmee niet alleen vrienden maken,

maar ook vijanden.

Dat is de schok van het Evangelie:

Het Goede Nieuws

zet kwaad bloed.

En dat kan heel dicht op je eigen huid komen te zitten

als dit in je eigen kring gebeurt.

Vader, moeder,

zoon, dochter.

iemands eigen huisgenoten

worden tot vijanden.

Dat is een ongelooflijke schok!

Waardig

En binnen die schokkende situatie

van vijandschap om het Evangelie

gaat Jezus spreken

over wat Hij waard is.

De arbeider

- wij dus, gezanten in Jezus’ naam -

is zijn loon waard.

_6 Preek 359, 2 juli 2017

Wij hoeven ons

in dienst van het Evangelie

niet uit te leveren aan mensen

die ons niet waard zijn.

Maar wat is Jezus waard?



Jezus gaat

als de minste van alle mensen.

Veracht, geminacht, gemeden.

Geslagen, mishandeld, als misdadiger gekruisigd.

En het goede nieuws van het koninkrijk

is niet zonder dit kruis van Christus.



En Jezus vraagt hier niet van ons

dat we Hem

méér liefhebben

dan vader, moeder, zoon of dochter.

Maar in de gestalte van de minste van alle mensen vraagt Hij ons wel:

Als je nu vader, moeder, zoon of dochter liefhebt

boven Mij

wat ben Ik je dan waard?

Ben jij dan wel

mijn liefde waard?

Mijn liefde

is liefde aan het kruis.

Is liefde

dwars door de verachting en de vijandschap heen.

En als nu die verachting van

en die vijandschap tegen Jezus

in je eigen huis ontstaat

- vader, moeder, zoon, dochter -

dan vraagt Jezus ons niet

om onze liefde voor vader, moeder, zoon, dochter op te geven,

maar in de verachting en de vijandschap die zich ook op ons richt

te volharden

in ongewijzigde liefde voor de Gekruisigde.

_7 Preek 359, 2 juli 2017

Om het kruis in die liefde op ons te nemen

en de Gekruisigde te blijven volgen.

En zo kunnen we

in de liefde voor Hem

best liefde van anderen verliezen

en misschien zelfs haat daarvoor terugkrijgen,

maar wat blijft er over

als we de liefde van de Gekruisigde er aan opgeven

om de liefde van anderen maar te behouden?

Ontvangen

Dat is de schok

die Jezus hier brengt.

Zijn liefde

leidt tot het kruis.

En wie Hem daarin niet wil volgen

is Hem kwijt.



En wat betekent dat dan voor ons?

Wat betekent dat voor ons

als wij gezondenen van dit Evangelie willen zijn?



Het betekent

dat wij heel eenvoudig

in iets heel groots betrokken zijn.

Wie jullie ontvangt,

zegt Jezus,

ontvangt Mij

en wie Mij ontvangt,

ontvangt Hem die Mij gezonden heeft.

Dat is dus heel eenvoudig.

Dit gebeurt

waar we ontvangen worden.

En het is heel groot,

want wie ons wil ontvangen,

ontvangt God zelf.



_8 Preek 359, 2 juli 2017

Dat is heel groot

en waar dingen heel groot worden

lopen wij altijd weer risico te ontsporen,

omdat we dan onszelf te groot gaan maken.

En met het oog daarop is het goed

om nog even heel goed te luisteren naar de laatste verzen.

Loon

De arbeider is zijn loon waard,

heeft Jezus gezegd.

En als wij nu

profeten mogen zijn van Hem,

wat zal dan wel niet ons loon zijn?

Maar Jezus draait het om:

Wie een profeet ontvangt,

zal als een profeet beloond worden.

Maar als wij dan als rechtvaardigen van Christus

gezonden worden in de wereld,

wat zal dan ons loon wel niet zijn?

En weer draait Jezus het om:

Wie een rechtvaardige ontvangt,

zal het loon van een rechtvaardige ontvangen.



Maar waar blijft dan ons beloofde loon?

- de arbeider is zijn loon toch waard? -

En dan haalt Jezus ons definitief uit de waan van de grootste te zijn in het koninkrijk

en zet Hij ons in dienst

van de kleinste in het koninkrijk.

Hij stuurt ons op weg

met druppeltjes

op gloeiende platen.

Wie één van de minste van deze mensen

een beker water geeft

alleen maar omdat hij leerling in mijn Naam wil zijn

- en wat hij daarvan bakt,

daar wordt niet naar gevraagd -

die zal zeker beloond worden.



_9 Preek 359, 2 juli 2017

We worden niet geroepen om grote dingen te doen,

maar we worden geroepen

om

- ook dwars door verachting en vijandschap heen -

de goede richting op te blijven gaan.

En die richting

is de liefde van Jezus voor de zijnen.

Amen
preek-359.pdf

Kerkdiensten

18 nov 2018 10:00 - 11:30
Kerkdienst
voorganger ds. M. de Jong uit Geldrop
ovd Janke Luigjes
collectes Kerstcollecte
knd Groep 1 t/m 8
crèche Ja

Contact

NGK Culemborg
Jodenkerkstraat 5
4101 CW Culemborg

Voorzitter KR:
Piet v/d Fliert
voorzitter@ngkculemborg.nl
© 2018 NGK Culemborg